Evisceratie

Bij evisceratie wordt een gedeelte van de oogbol verwijderd: het hoornvlies en de ooginhoud (de lens, de iris, het glasvocht, netvlies, vaatvlies). Het oogwit (de ‘sclera’), waaraan de oogspieren en de oogzenuw vastzitten, blijft achter. Tijdens de operatie wordt een implantaat in de ruimte van het oogwit geplaatst. Daarna wordt de harde oogrok aan de voorzijde nauwkeurig gehecht, waarna het bindvlies en het slijmvlies eroverheen worden gehecht.

doorsnede_oogkas

Doorsnede van de oogkas

Enucleatie

Enucleatie is de operatieve verwijdering van een oog, waarbij de hele oogbol wordt verwijderd. Het slijmvlies op het oog, de oogspieren, de traanklier, het vet in de oogkas en een deel van de oogzenuw blijven hierbij gespaard.
De binnenzijde van de oogleden en de buitenste laag van de oogbol zijn bedekt met doorzichtig slijmvlies, de conjunctiva. Hieronder bevinden zich vier rechte en twee schuine oogspieren die aan de oogbol vastzitten en waarmee de oogbol kan bewegen. Aan de achterkant van het oog bevindt zich de oogzenuw. De oogzenuw staat in verbinding met de hersenen.
De oogbol wordt verwijderd door een snede in de conjunctiva te maken, de oogspieren van de oogbol los te maken en de oogzenuw door te snijden.
De oogbol ligt in een holte, de orbita. Na verwijdering van de oogbol moet de ontstane ruimte direct opgevuld worden door het plaatsen van een implantaat. Dit is een kunststof bolletje dat wordt bedekt met donor-oogwit. Daaraan worden de oogspieren, die het oog bewegen, weer vastgehecht. Hierdoor wordt het implantaat in de juiste positie gefixeerd en kan het bewegen. Over het implantaat heen worden vervolgens het bindweefsel en het slijmvlies gehecht.

Meer informatie vind je op de pagina’s: Na de operatie, Orbitaspecialisten en Moeilijke woorden.