De motoriek van een éénogig kind is van grote invloed op het visueel functioneren. Door te klimmen op trapjes, klauteren, ergens vanaf springen en te glijden, doen kinderen de meeste ervaringen op met het functionele zien.

 

Ouders hebben de neiging hun kinderen te beschermen. Het beschermingsmechanisme wordt sterker als het kind extra kwetsbaar is. Voor ouders is het vaak een probleem een goed evenwicht te vinden tussen overbescherming en noodzakelijke extra aandacht. Toch blijft bij alles wat je als ouder doet het belangrijkste dat je jouw kind zelfvertrouwen geeft en stimuleert. Dus niet bij voorbaat zeggen: “Dat kun jij niet” of opmerkingen maken over een onhandigheidje of ongelukje.
N.B. Kinderen die scheelzien hebben, hebben ook geen tweeogig dieptezien en dat komt veel voor.

Meekomen op school

Als het tempo op school wordt opgevoerd (bijvoorbeeld het afwisselend kijken op het bord en in het boek) kan dat invloed hebben op het functionele zien. Het kan voorkomen dat een éénogige t/m groep 4 probleemloos mee kan op school en daarna minder gaat presteren. Praat hierover met de schoolleiding.

Spelend oefenen

Afhankelijk van de omgeving en het kind zelf kan een éénogig kind meer tijd nodig hebben om ervaringen op te doen. Goede oefeningen zijn net als bij volwassenen spelletjes met de bal. Als het kind nog niet zo handig is kun je beginnen met ballonnen overgooien. Dat gaat langzamer dan bij ballen. Hierdoor kan het kind beter op het naderend object anticiperen. Gebruik van felgekleurde ballen variërend in grootte maken het spel aantrekkelijk, afwisselend en leuk. Kinderen moeten daarbij niet het gevoel krijgen dat ze iets bijzonders moeten leren. Spelletjes met knikkers en een plastic fles, knikkerbanen, computerspelletjes, kunnen allemaal worden ingezet om het functionele zien te trainen.

In de peuterspeelzaal en op de lagere school

Schoolpleinen zijn vaak onoverzichtelijk (veel krioelende kinderen en andere obstakels) met weinig contrasten. Het is voor de leerkrachten goed te weten dat éénogige kinderen sneller schrikken als ze vanaf de oogontbrekende kant worden aangesproken of benaderd. Vooral als ze heel druk bezig zijn en/of de aandacht volop op iets hebben gericht. Verder hebben ze sneller problemen met snelle balspelen, lopen over een (omgekeerd) bankje e.d. Het is goed dit met de kleuterleidsters en/ of leerkrachten te bespreken. Bij het aanschaffen van de schriften zou je rekening kunnen houden met de liniëring. Misschien heeft jouw kind wat langer een aanwijskaartje nodig bij het lezen. Verder kan worden uitgezocht welke plaats in de klas ten opzichte van het schoolbord het prettigst is. Ook dit vereist overleg met de leerkrachten.

In 2011/2012 liep er ook onderzoek of fysiotherapie standaard een toegevoegde waarde kan zijn als er een oogverwijderingsoperatie heeft plaatsgevonden. Bij twijfel over de motorische ontwikkeling van jouw kind kun je altijd contact opnemen met een reguliere kinderfysiotherapeut.